Reumatoïde artritis

Pierre Auguste Renoir (1841-1919), ongetwijfeld een van de meest populaire impressionistische kunstenaars, begon op 47 jarige leeftijd te klagen over hevige gewrichtspijnen. Later bleek het te gaan om reumatoïde artritis (RA). Medicaties waren in die tijd nog bijna onbestaande. De ziekte taste geleidelijk meer en meer gewrichten aan. Ook en vooral zijn handen. Renoir bleef echter doorschilderen, al diende hij hiervoor een aantal trucs aan te wenden. Zo omzwachtelde hij zijn duim om meer greep te krijgen op het penseel. Hij liet ook een rol ontwerpen waarop het schildersdoek werd opgespannen: zo kon hij door de rol te bewegen gemakkelijker het bovengedeelte van het doek bereiken zonder al te zeer de armen te moeten heffen.

In België leven 80 tot 100.000 reumatoïde artritispatiënten; dat is bijna 1% van de bevolking ! Elk jaar betekent dit ook een paar duizend nieuwe gevallen, in ons land alleen al. Aangezien het bovendien gaat om een chronische aandoening kun je best stellen dat deze vorm van reuma een niet te onderschatten impact heeft op onze volksgezondheid. Reumatoïde artritis is niet gelijk verdeeld over beide geslachten. Vrouwen zijn duidelijk frequenter door de aandoening getroffen (drie vrouwen voor twee mannen). Over de reden daartoe zijn er nog steeds meer vragen dan antwoorden. Waarschijnlijk spelen hormonale factoren hierin een belangrijke rol.
De aandoening kan voorkomen op elke leeftijd: van op kinderleeftijd tot op hoog bejaarde leeftijd. Het meest frequent nochtans begint ze op een leeftijd die voor de vrouw samenvalt met de leeftijd van menopauze. Ook dat moet waarschijnlijk in verband worden gebracht met een invloedrijke rol van vrouwelijke geslachtshormonen op het ontstaanproces van deze reuma aandoening.

De diagnose kan niet zomaar eenvoudig worden gesteld aan de hand van een enkele test, bijvoorbeeld een bloedtest of een radiografie. Het is veeleer een samenhang van klachten, klinische verschijnselen en resultaten van technische onderzoeken (vooral bloedtests en radiologie) die een diagnose toelaten. In een typisch geval verschijnen de eerste symptomen ter hoogte van de kleine vingergewrichten, onder vorm van gewrichtspijn en stramheid.

De klachten zijn het meest uitgesproken in rust, kenmerkend bij het ontwaken. Niet zelden zijn het deze pijnklachten die de patiënt vroeg in de ochtend wakker maken. Geleidelijk aan verminderen de stramheid en pijn in de loop van de ochtend. Daarbij treedt ook zichtbare gewrichtszwelling op. In parallel met de vingergewrichtjes zijn meestal ook de kleine teengewrichten ontstoken, pijnlijk en stram. Grotere gewrichten, zoals polsen, ellebogen, schouders, heupen en knieën ontlopen de ziekte ook meestal niet. Ook slijmbeurzen en peesscheden kunnen opzetten door aanwezigheid van ontstekingsvocht.

Indien de ontsteking blijft evolueren, dan treedt op een bepaald ogenblik werkelijke beschadiging op van het gewrichtsoppervlak. Er ontstaan “erosies” aan de rand van het gewrichtsoppervlak. Deze uithollingen ontstaan doordat de ontstoken gewrichtsmembraan als het ware bijtende stoffen afscheidt die het kraakbeen en het bot aantasten. Op de lange duur kunnen deze erosies het volledige gewrichtsoppervlak ondermijnen en vernietigen. Deze veranderingen, samen met veranderingen ter hoogte van de gewrichtsbanden, kunnen tenslotte leiden tot vervormingen van de normale gewrichtsverhoudingen. Dit is meest opvallend ter hoogte van de handen en voeten.

Uiteraard zal een behandeling erop gericht zijn het ontstekingsproces tijdig te onderdrukken en daardoor gewrichtsbeschadiging en –vervorming te voorkomen. Vervormingen van de vingers vormen vaak een esthetisch bezwaar, maar laten merkwaardig lang een behoorlijke functie toe. Een reuma-voet is vooral storend omdat het zo moeilijk wordt een gemakkelijk schoeisel te vinden. Een gepaste steunzool of een handgemaakte schoen op maat van de vervormde voet (orthopedisch schoeisel) kunnen een uitweg bieden, maar niet zelden brengt hier alleen een heelkundige correctie van de stand van een of meerdere tenen een bevredigende oplossing.

Reumatoïde artritis kan meestal op afdoende wijze worden behandeld, maar echte genezing is meestal niet mogelijk. Drie groepen van medicijnen komen in aanmerking: de basistherapieën, de aspirine-achtige ontstekingsremmers (niet-steroïdale ontstekingsremmers) en de cortisone-preparaten. Basistherapieën zijn medicaties die het meeste invloed hebben op de evolutie van de ziekte. Hun effect is niet onmiddellijk waarneembaar: meestal slechts na weken tot zelfs maanden. Na het stoppen van een dergelijke medicatie hervalt de patiënt ook niet onmiddellijk.

Elke patiënt die lijdt aan reumatoïde artritis dient met een basistherapie behandeld te worden, en wel zo snel als mogelijk na het verschijnen van de gewrichtsontsteking. Enkel op deze wijze kan de progressie van de aandoening tegen gehouden worden en kan de levenskwaliteit van de patiënt voldoende gegarandeerd worden. De snelheid waarmee reumatoïde artritis voortschrijdt is het hoogst gedurende de beginfase van de aandoening. Er bestaat een groeiende consensus onder reumatologen dat een agressieve aanpak met inbegrip van een basistherapie vooral in deze vroege fase een verschil kan maken op de functionele en algemeen medische vooruitzichten van een reumapatiënt. De meest gebruikte basistherapie is methotrexaat.
Elke vorm van basistherapie dient op een geëigende wijze opgevolgd te worden om mogelijke bijwerkingen snel op het spoor te komen. Deze controles houden ook regelmatige onder meer bloedanalyses in. Niet elke patiënt beantwoordt goed aan elke basistherapie. Sommige patiënten zullen bijvoorbeeld gunstig reageren op een medicatie maar niet op een andere basistherapie. Er bestaan geen gouden regels om met zekerheid bij een gegeven patiënt de reactie te voorspellen op een welbepaalde basistherapie. De ervaring van de arts en zijn vertrouwdheid met de verschillende therapie-mogelijkheden is hier essentieel.

De voorbije jaren heeft het onderzoek naar nieuwe behandelingsvormen voor patiënten met reumatoïde artritis niet stil gestaan. Een belangrijke klasse van nieuwe medicijnen staat tegenwoordig ter beschikking, de zogenaamde gerichte biologische therapieën die hun ontwikkeling danken aan nieuwe inzichten in de ontstaansmechanismen van RA.
Voorbeelden hiervan zijn de verschillende anti-TNF therapieën, anti-IL-6 therapie, anti-B-cel en anti-T-cel therapie. Het zijn biotechnologisch aangemaakte moleculen waarvan de productie zeer duur is. Deze preparaten zijn zeer efficiënt in de behandeling van de ontstekingsymptomen maar ook ter voorkoming van de anatomische schade. De wetenschappelijke wereld is het er over eens dat, omwille van de hoge kostprijs, strikte selectiekriteria dienen te worden gehanteerd. Ook de Wetgever voorziet strenge administratieve formaliteiten. Uw reumatoloog kan U hierover inlichten.

Last updated: februari 6th, 2011 by Patrick.Verschueren